Een monument bij elkaar

Zaterdag 26 januari was het eindelijk zo ver: een date met een aantal van een gelijke soort “gekken” als ik zelf, afkomstig uit verschillende delen van het land: Perkamentus en Fasol (wier pseudoniemen ik hier zal respecteren), R. Kemper Alferink, en natuurlijk Paul Abels, die samen met zijn vrouw ons gastvrij door Gouda loodste, van kerkhistorie en glas tot drukkerij en antiquariaat.

Gouda – Markt en het oude Stadhuis

Het allermooiste werd tot het laatst bewaard: het van binnen bezichtigen van Pauls eigen Goudse librije, een heel sfeervol boekenkabinet waar menig bibliofielenhart sneller van gaat kloppen. Ondanks onze verschillende aandachtsgebieden qua boeken, werden de overeenkomsten in, wat ik maar noem, bibliofiele “maniertjes” duidelijk en een antropoloog had het bestaan van een specifieke menssoort kunnen bevestigen.

Omdat Maastricht en Gouda toch een beetje uit elkaar liggen en ik de laatste jaren te weinig in het “Hollandse” deel der natie kom, had ik het nuttige met het aangename verenigd, een NS-dagkaart gekocht, en ’s ochtends vooraf in Den Haag een “paar boekies” opgehaald die ik op Markplaats besproken had. Dat heb ik geweten! Voor een vriendelijk prijsje kocht ik, zo goed als nieuw, vier kloeke delen uit Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, een vrij nieuw monument van de neerlandistiek, verschenen bij uitgeverij Bert Bakker tussen 2006 en 2017.

Voorpret tijdens de lange treinreis van Gouda naar Maastricht, met de nieuw verworven delen.

Behalve dat ik die dag vele voetstappen heb gezet, heb ik ook menige extra kilo meegetorst, van Den Haag naar Gouda, door Gouda heen en ’s avonds mee terug naar Maastricht. Maar geduld en inspanning (de twee vrienden van een bibliofiel en zijn portemonnee) zijn beloond.

De vier nieuwe delen verenigd met hun lotgenoten aan het thuisfront.

Nog één “echt” deel ontbreekt (naast het dunne deeltje met nabeschouwingen), maar geduld loont, zo is gebleken. Duizenden pagina’s aan letterkundige geleerdheid in een veelkleurig uniforme uitgave. De kleurenoverloop tussen de delen vind ik trouwens erg mooi. Het is eenheid in verscheidenheid, of eigenlijk andersom. Die geleidelijke “verkleuring” weerspiegelt ook de lange ontwikkeling van de Nederlandse literatuur door de geschiedenis heen. Zo wordt het verleden langzaam herkenbaar in het heden.

Met dat laatste kom ik weer terug op wat die 5 “gekken” in dat Goudse boekenkabinet (dat van buitenaf bij mensen de indruk van een exclusief antiquariaat wekt) bindt gedurende de middag en de vooravond. In cultuurhistorisch en bibliofiel opzicht kan ik me eigenlijk geen betere dag wensen.

De complete reeks:

Oostrom, F.P. (Frits) van, Stemmen op schrift. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur vanaf het begin tot 1300. Bert Bakker, Amsterdam, 2006. 1e druk – gebonden, 640p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 1].

Oostrom, F.P. (Frits) van, Wereld in woorden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1300-1400. Bert Bakker, Amsterdam, 2013. 1e druk – gebonden, 650p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 2].

Pleij, Herman, Het gevleugelde woord. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1440-1560. Bert Bakker, Amsterdam, 2007. 1e druk – gebonden, 863p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 3].

Porteman, Karel; Smits-Veldt, Mieke B., Een nieuw vaderland voor de muzen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1560-1700. Bert Bakker, Amsterdam, 2008. 1e druk – gebonden, 1053p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 4].

Leemans, Inger; Johannes, Gert-Jan, Worm en donder. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1700-1800: De Republiek. Bert Bakker, Amsterdam, 2013. 1e druk – gebonden, 815p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 5].

Verschaffel, Tom, De weg naar het binnenland. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1700-1800: de Zuidelijke Nederlanden. Bert Bakker, Amsterdam, 2017. 1e druk – gebonden, 331p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 6].

Berg, Wim van den; Couttenier, Piet, Alles is taal geworden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 1800-1900. Bert Bakker, Amsterdam, 2009. 1e druk – paperback, 833p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 7]. – Dit is het nog ontbrekende deel.

Bel, Jacqueline, Bloed en rozen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1900-1945. Bert Bakker, Amsterdam, 2015. 1e druk – gebonden, 1140p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 8].

Brems, Hugo, Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 1945-2005. Bert Bakker, Amsterdam, 2006. 1e druk – gebonden, 792p. – [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 9].

Gelderblom, Arie Jan; Musschoot, Anne Marie, Ongeziene blikken. Nabeschouwingen. Bert Bakker, Amsterdam, 2017. 1e druk – gebonden, 96p.
– [Geschiedenis van de Nederlandse literatuur; 10]. – Ja, ook dit deeltje zal ooit in mijn bibliotheek belanden, maar dat heeft geen prioriteit.

Stilleven: na de jacht

Van links naar rechts:

Endt, Enno (samenst.), Herman Gorter documentatie. Over de jaren 1864 tot en met 1897. Polak & Van Gennep, Amsterdam, 1964. 1e druk - gebonden, 448p.

Mérode, Willem de, Gedichten [3 delen in 1 band]. Ingeleid door K. Heeroma. U.M. Holland / Bosch & Keuning, Amsterdam / Baarn, 1952. 1e druk - gebonden, 256+316+168p.

Empiricus, Sextus, Grondslagen van het scepticisme. Vertaald uit het Grieks door R. Ferwerda, Ambo / Kritak, Baarn / Antwerpen, 1996. 1e druk - gebonden, 720p. - [Ambo-Klassiek]. - [Uit de bibliotheek van de Theologische Universiteit Kampen].

Theophrastos, Karakterschetsen. Vertaald uit het Grieks door Hein L. Van Dolen, Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam, 1991. 1e druk - gebonden, 71p. - [Baskerville Serie]. - [Uit de bibliotheek van Theologische Universiteit Kampen].

Werkman, Hans, Bitterzoete overvloed. De wereld van Willem de Mérode. Aspekt, Soesterberg, 2011. 1e druk - paperback, 422p.

Kalff, G., Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde [7 delen]. J.B. Wolters, Groningen, 1906-1912. 1e druk - gebonden, ca. 4000p.

Mathijsen, Marita, De brieven van De Schoolmeester. Documentair-kritische uitgave: 1. Brieven en documenten; 2. Toelichtingen. Em. Querido, Amsterdam, 1987. 1e druk - gebonden, 526+368p.

Poot, H.K., Gedichten in III delen. S.J. Baalde, Amsterdam, 1780. 1e druk - gebonden, LXXX+286+440+382p.

Geschiedenis & ultramontane genoegens

In plaats van te lezen was ik weer eens op boekenjacht. Na weken bot te hebben gevangen, was ik erg hongerig geworden. Wekenlang leek er ook nauwelijks beweging in de voorraad van de bezochte locaties. Deze keer werd ik echter niet teleurgesteld. Ten eerste leek iemand zijn boekenplank Europese (met name Britse) geschiedenis te hebben leeggeruimd. Ik heb na zorgvuldige overweging mijn selectie gemaakt. Ik vind dit nog leuker dan op de zoveelste (half)nieuwe fictie te stuiten.

Lees verder

Toeval en geen einde

Toeval bestaat niet óf is een hogere vorm van ordening die wij als eenvoudige stervelingen niet begrijpelijk is. Hoe je het ook wendt of keert, soms is er een samenvallen van (opeenvolgende) gebeurtenissen op zijn minst opvallend.

Op een goede vrijdag (niet: Goede Vrijdag) wachtten mij verrassingen van katholieke aard.  Het zal ook geen vrijdag zijn. Op 27 december jl. was ik gestuit op een driedelige populaire wereldgeschiedenis (schoolboeken?) uit eind jaren 1920, getiteld Tooneel der eeuwen, samengesteld door J. Kleijntjens SJ en Prof. Dr. Huijbers. Laatstgenoemde werd in 1923 de eerste hoogleraar aan de Katholieke (later: Radboud) Universiteit Nijmegen voor de leerstoel Algemene en Vaderlandse Geschiedenis.

De leerboeken, die vele herdrukken hebben gekend, vormen bijna een eeuw later een bijzondere ervaring, omdat de “Roomse vooringenomenheid” er bij heel wat passages zo dik bovenop ligt, dat het alleen al daarom een mooie getuige is van het inmiddels grotendeels verdwenen verzuilde Nederland. De auteurs hadden ook nadrukkelijk de ambitie een “katholieke geschiedenis” te schrijven:

Tegenover de verdeeldheid van Europa staat de eenheid van de Katholieke Kerk onder de algemeene leiding van den H. Stoel als teeken van hoopvolle verheugenis.” (deel II, p. 315).

Het gevolg [van de Renaissance en haar diepgaande invloed] is geworden, dat tot in de negentiende eeuw toe de Europeesche kunst en letterkunde in blinde aanbidding op de knieën gelegen hebben voor de opgestane schimmen der Oudheid. De uiterlijke vormen der klassieke cultuur schitterden zoo, dat men haar innerlijke armoede niet begreep.” (deel IB, p. 4)

Bij diezelfde winkel, opgedolven in een donker hoekje, kochten wij afgelopen vrijdag een boekje met identiek uiterlijk van dezelfde auteurs, Van voorouders en tijdgenoten, een eendelig leerboekje geschiedenis.

Maasbode09okt1938-2

Het toeval liet zich nogmaals gelden door wat zich als extraatje in die boeken bevond. Ik ben zelf dol op heel oude kranten(stukjes), met name van vóór de Tweede Wereldoorlog.

In de genoemde set boeken die ik in december had gekocht, zaten er twee: een stukje uit het Rotterdamse (maar landelijk verschijnende) katholieke dagblad De Maasbode van 9 oktober 1938 over de Volkenbond en een stukje uit Ons Noorden, een mij tot dan toe onbekend dagblad. Voornaamste onderwerp van dit laatste knipsel: de eigentijdse bewapening, de waarschuwing voor een nieuwe grote oorlog (WO I nog vers in het geheugen) en met name de financiële schade van de eigentijdse wapenwedloop tussen de Europese mogendheden. Het is 10 juni 1939, de Tweede Wereldoorlog staat letterlijk voor de deur, in september zal Duitsland Polen binnenvallen en zullen Engeland en Frankrijk aan Hitler de oorlog verklaren.

   Laat nu in die 2e aankoop, bijna 2 weken later, óók een krantenstuk zitten gedateerd op enkele dagen eerder dan het eerste knipsel. Na enig speuren op het knipsel, waar onder meer de radioprogrammering voor zondag 28 mei en maandag 29 mei 1939 is te vinden, heb ik dus wel de datum, en het feit dat het de 26e jaargang van dit dagblad is, maar niet de naam.

Het toeval wil verder dat ik mijn vondst meld op Twitter, waar toevallig op dat moment ook Jan Dirk Snel (@jdsnel) van de partij is, die meteen meedenkt en meezoekt. Omdat de kleine berichten uit het knipsel (over examens, berovingen, etc.) zich concentreren rond Delfzijl, doet het vermoeden dat het gaat om een dagblad uit het uiterste noorden van Nederland, dat dus in 1913/1914 moet zijn opgericht. Zoeken op Wikipedia levert deze keer niets op, maar Google biedt meer soelaas. Op enkele seconden na hebben Snel en ik tegelijkertijd dezelfde, langzaam ladende pagina gevonden, waar eigenlijk maar één mogelijkheid uit blijkt: dagblad Ons Noorden wederom! Laat dit dagblad, dat tot 1964 heeft bestaan, ook nog van katholieke signatuur zijn.

Dit prikkelt de verbeelding met betrekking tot de eigenaar van toen: Wie was hij of zij? Wat is precies de relatie tussen die knipsels en de boeken? Hoe komt dit noordelijke materiaal in het zeer zuidelijke Roermond terecht? Ging het om iemand van katholieken huize die – wellicht vóór of tijdens de Tweede Wereldoorlog – van Oost-Groningen of omgeving naar Limburg is verhuisd? Of om iemand uit Limburg die tijdelijk heeft gewoond/verbleven op het afgelegen platteland in een van de noordelijke provincies? De geschiedenisboeken en knipsels lijken me onmiskenbaar van één eigenaar. Daarnaast wist ik van katholieke “enclaves” in Noord-Holland en Twente, maar ik heb nooit zo beseft dat ook in het uiterste noorden van ons land een katholiek dagblad bestaansgrond had. Het maakt ook nieuwsgierig naar dat relatief onbekende dagblad Ons Noorden. Waarom dat expliciete bezittelijke voornaamwoord? Is dat nog een uitvloeisel van de negentiende-eeuwse emancipatiestrijd of gewoon een typisch voorbeeld van de sterke gerichtheid op de eigen zuil, zo kenmerkend voor die vooroorlogse periode?


Ik zal het verder maar niet hebben over het toeval dat ik op 11 januari 2001 in mijn middagpauze Opnieuw naar Lambarene, deel 2 van de herinneringen aan zijn periode als arts in Afrika van Albert Schweitzer kocht, waarvan ik nu, 11 januari 2013 het eerste deel, getiteld Aan den zoom van het oerwoud, heb gekocht – ik ben eindelijk compleet na precies 12 jaar!

Besproken boeken

Kleijntjens S.J., J.; Huijbers, H.F.M.; Tooneel der eeuwen [3 delen]: Deel 1A: Oudheid en Middeleeuwen – 1B: Nieuwe Geschiedenis (1500-1789) – 2: [Nieuwste Geschiedenis: Franse Revolutie – 1918]. Wassenaar: H.J. Dieben, z.j. [ca. 1925]. Gebonden. 258+140+315p.

Schweitzer, A.; Aan den zoom van het oerwoud: Ervaringen en opmerkingen van een arts in Aequatoriaal Afrika. – [vert. uit het Duits door J. Eigenhuis]. Haarlem: H.D. Tjeenk Willink, 1928, 5e druk. Gebonden. 230p.

Schweitzer, A.; Opnieuw naar Lambarene: Nieuwe ervaringen en opmerkingen van een arts in Aequatoriaal Afrika. – [vert. uit het Duits door H.M. Eigenhuis-Van Gendt]. Haarlem: Tjeenk Willink, 1927, 1e druk. Gebonden. 216p.

Een verdwaalde Eco

Ik was weer eens op jacht naar boeken en op een Engelse vertaling van Il Secondo Diario Minimo van de zwaargeleerde en tegelijk lucide Umberto Eco. Wat ik verder ook zou beslissen, How to Travel with a Salmon & Other Essays ging mee naar huis.

Omdat ik er niet helemaal zeker van was of ik dit boek niet ook al in Nederlandse vertaling had (of deels in een bloemlezing uit Eco’s werk), en de titel me erg bekend voorkwam, wilde ik thuis al mijn boeken van Eco even op een rijtje hebben. Normaal vind ik, ongeacht de ordening van dat moment, ca. 90% van de gewenste titels direct, nog eens 9% binnen anderhalve minuut, maar nu werd ik geconfronteerd met de gênante 1% die echt moeilijk vindbaar blijkt op het moment dat je het betreffende boek zoekt.

Lees verder

Lezer & bibliofiel – of 2 zielen in 1 borst

De absolute lezer en de volkomen bibliofiel hebben het makkelijk in deze wereld.

De eerste leest alleen: hij hoeft niet alle boeken te hebben die hij leest, en indien wel, dan geeft hij meestal nauwelijks om hun verschijningsvorm. De lelijkste pocket voldoet aan zijn behoeften en ook een eReader of tablet computer gebruikt hij veelal zonder bezwaren. Leesgemak staat voorop. Als hij al verzamelt, dan moet het vooral veel zijn. In principe voldoet elk boekenwandsysteem dat zo efficiënt mogelijk de boeken opslaat – magazijnstellingen zijn zelfs geschikt.

De extreme bibliofiel daarentegen is veel meer een estheet, gericht op de “buitenkant” van een boek. Niet alleen en soms zelfs niet in de eerste plaats is de tekst van belang, maar de manier waarop een boek als tastbaar object (artefact) is vormgegeven. Bibliofielen zijn in de eerste plaats verzamelaars en hebben het opvallend vaak over typografie, boekverzorging, gebonden met stofomslag, bijzondere reeksen, eerste edities, gesigneerd, beperkte oplage, papiersoort en zeldzaamheid. Men zou de indruk kunnen krijgen dat zij niet lezen.

Wie echter lezer én bibliofiel is, draagt twee zielen in zijn borst.

De twee zielen zijn blijvend met elkaar in strijd: de bibliofiel die de “perfecte”, esthetisch ingerichte, “museale” bibliotheek met enkele zeer mooie, exclusief vormgegeven (en vaak dure) boeken nastreeft, en de alles lezende boekenveelvraat: dat past niet samen in één huis (type gezinswoning) en (normaal particulier) budget. We zijn niet allemaal zo gefortuneerd als Boudewijn Büch en hebben vaak wel meer dan één kostganger met wie we ruimte en financiën delen.

Is er geen list te verzinnen waardoor je ruimte in huis en budget creëert, waardoor je echt eens zo’n gezellig ouderwetse bibliotheek, met mooi meubilair, een oude wereldbol, wat verzamelde botjes en een behoorlijke set aan mooi vormgegeven, deels ook echt oude boeken, liefst met perkamenten of leren banden? Stel dat je nu eens eindelijk een stukje muur in je kamer over houdt, zodat je er een mooie prent of oude kaart kunt ophangen, desnoods een portret van een bewonderde schrijver of componist. Dat je er wat minder een magazijn van boeken en platen van maakt.

Het offer dat je voor die droom moet brengen is echter niet gering. De bibliofiel en de lezer zitten elkaar behoorlijk in de weg, want Billy’s zijn in de grond oerlelijk maar ook heel doelmatig. De “klassieke” kasten zijn heel mooi, maar weer heel inefficiënt qua opslagcapaciteit, en bovendien meestal een aderlating voor je budget.

Geen aanlokkelijk vooruitzicht, omdat de lezer in je toch moeilijk afscheid neemt van die, deels nog ongelezen Franse, Engelse en Duitse literatuur in de bekende pocketuitgaven van respectievelijk Folio, Penguin of Deutscher Taschenbuch Verlag, o zo handig om mee te nemen in de trein, naar bed, in bad, etc. Waarbij je niet bang hoeft te zijn voor vlekken, vocht of verliezen – vervangbaar als ze zijn (het gaat immers om het lezen van de tekst).

Ook de goedkopere uitgaven van Nederlandse romans, al dan niet uit de plaatselijke kringloopwinkel, vallen in principe hieronder. In de loop der jaren heb ik al veel van dit soort boeken weggedaan. Wil ik echter mijn droombeeld van de “mooie bibliotheek” waarmaken, dan moet ik zodanig hard snoeien in de collectie en besparen op mijn boekaankopen, dat het pijn gaat doen. Wat worden de doorslaggevende criteria voor boeken om in die nieuwe bibliotheek opgenomen dan wel voor eeuwig verworpen te worden? Wordt het dan niet een fraaie maar kille uitstalling van dode boeken?

Wat dan? Nog een kamer aanbouwen, zodat je een aparte “leeskamer” én een “voorraadkamer” hebt? Dat zou nog het beste zijn – in die voorraadkamer kunnen de boeken efficiënt worden opgesteld, met smalle paadjes tussen de kasten. Budget en ruimtelijke mogelijkheden zijn hier echter de beperkende factoren. Een externe opslagbox huren? Te onpersoonlijk en te ver weg – een belangrijke reden om te verzamelen is dat je alles onder handbereik wilt hebben. Een groter huis of een tweede huisje of appartement erbij? Als je veel geldt hebt, ja. Leesboeken lenen bij de openbare bieb en alleen “hebbeboeken” kopen? Alleen die terminologie al! Bovendien: veel interessante boeken, die buiten de mainstream vallen, zijn bijna nergens meer te lenen, openbare bibliotheken ruimen minder gangbare boeken vaak snel weer op, nog los van de andere nadelen die aan lenen zitten (terugbrengen, binnen enkele weken uitlezen, etc.). Digitaal lezen dan? Hoewel er al veel gedigitaliseerd is, zijn nog veel boeken als eBook niet verkrijgbaar. Ik lees wel digitaal, maar het is mijn medium niet.

Gezien de genoemde beperkingen is het toch kiezen: veel boeken in veel Billy’s of enkele exclusieve boeken in een old style mooie kast en museale attributen. Als puntje bij paaltje komt, koop ik van het geld echter nog steeds liever (mooie) nieuwe boeken dan dat ik spaar voor mooiere kasten. Zo komt men er niet uit en handhaaft zich de halfbakken status quo.

Naschrift 2015

In maart 2014 hebben we de sprong gewaagd en zijn we verhuisd naar mijn geboortestad Maastricht, en wonen we, wonder boven wonder, in een groter huis dan we gehoopt hadden. Ook is er meer ruimte voor de Bibliotheca Habetsiana, en staan de boeken beter beschermd tegen licht en vocht. 

Ten behoeve van de op handen zijnde verhuizing (en met de verwachting minder ruimte te krijgen) heb in 2013 ca. 900 boeken aan een opkoper verkocht. Onder verkochte boeken zat veel "kringloopmateriaal" (Nederlands en vertaald proza in pockets of onooglijke, versleten uitgaven), waarvan ik toch wat veel verzameld had afgelopen jaren. Zo worden soms toch knopen doorgehakt, onder druk van de omstandigheden.

Goethe und kein Ende

Over het bestaan van toeval kun je lang debatteren, maar het is wel opmerkelijk dat ik binnen 8 dagen vier boeken van of over Goethe tegen het lijf loop. Eén daarvan was een bewuste aankoop, namelijk het al langer gezochte Verdichting en waarheid, een van de nog ontbrekende titels in mijn verzameling Ambo-Klassiek: wordt niet zo vaak aangeboden en eigenlijk nooit onder de € 50. Op 4 augustus ben ik speciaal naar een ander deel van ons land gereisd om het boek te bekijken en  te kopen – het bleek inderdaad in een echt goede staat: geen verkleuringen of slijtage van het stofomslag.


Op diezelfde dag begaf ik mij per trein ook naar een bekende havenstad in Nederland en vond daar twee mooi gebonden boeken (met nette stofomslagen) over Goethe van Friedenthal en Leppman: 3x keer Goethe op één dag!

Lees verder

On Books and the Housing of Them

Op Gutenberg.org is een boekje van William Gladstone (de bekende liberale Britse staatsman die leefde van 1809-1898) te lezen, dat om meerdere redenen door elke boekenliefhebber gelezen zou moeten worden. Het boekje heet On Books and the Housing of Them.


Grappig is bijvoorbeeld dat we nu in digitale vorm, in een e-book (!), dat in de werkelijke wereld nauwelijks fysieke ruimte inneemt, lezen over het probleem dat er steeds meer boeken bijkomen: op dat moment enkele tienduizenden per jaar in de Engelse taal (Bodleian: 20.000, British Library: 40.000), en dat ook die groei steeds groter zal worden.

Lees verder

De liefde in reeksen

Ik verzamel niet alleen boeken, maar ook boekenreeksen. Wat drijft iemand specifiek hiertoe? Is het verzamelen van reeksen niet verzamelen in het kwadraat? Wordt de psychologische behoefte aan een hogere orde hier nog duidelijker zichtbaar? Een reeks of serie leent zich bij uitstek voor een gevoel van afronding, compleetheid, heelheid zelfs – mogelijk als contragewicht voor de niet vatten chaotische wereld om ons heen. Een diepe grond van verzamelen wordt, denk ik (maar ik ben geen psycholoog), gevormd door de behoefte om de wereld om je heen beheersbaar en hanteerbaar te maken, orde te scheppen. Een verzameling is an sich al meer dan de optelsom van de losse stukken – bij reeksen treedt dat nog sterker naar voren.

Slimme uitgevers weten dat. Geen pijnlijker aanblik dan een genummerde reeks, waaraan één deel ontbreekt – we naderen compleetheid, perfectie, maar nét dat laatste ontbreekt, dat moet verworven worden. Geen schonere aanblik dan een reeks mooi uitgegeven boeken.

Voor veel mensen die ik ken zijn dat bijvoorbeeld de boeken uit de zogenaamde Privé Domein reeks van De Arbeiderspers, waarin met name (auto)biografische teksten en brieven van schrijvers, dichters, filosofen en kunstenaars zijn te vinden. Zelf weersta ik deze verleiding enigszins. Wat daarbij helpt is, dat het (1) geen gebonden boeken zijn, (2) de ruggen soms wel erg gauw vergelen en (3) ik in het algemeen niet veel opheb met ego-documenten. Tegen dit laatste principe zondig ik overigens regelmatig, zeker als het gaat om Canetti, of Ter Braak en Du Perron.

Lees verder

Heb je ze ook allemaal gelezen?

Die vraag krijg ik als boekenliefhebber en verzamelaar regelmatig als mensen voor de eerste keer bij ons over de vloer komen of kennis nemen van mijn afwijking om gebonden papier te stapelen. Wat ik daarop antwoord? Dat verschilt per keer, afhankelijk van mijn stemming. Ik heb eerlijke antwoorden voorhanden en recalcitrante antwoorden.

Eerlijke antwoorden
1 – “Nee, en ik weet ook niet precies hoeveel dan wel, zelfs niet bij benadering.”

2 – “Ik schat tussen de 60% en 75%.” Encyclopedieën en woordenboeken heb ik natuurlijk zelden van kaft tot kaft gelezen, hoewel sommige delen…

Recalcitrante antwoorden
3 – De meeste boeken wel twee tot drie keer.” Monden vallen open, een mengeling van bewondering, afgunst en minachting (boekenwurm, nerd!) maakt zich meester van mijn bezoek.

Lees verder