Ik verzamel niet alleen boeken, maar ook boekenreeksen. Wat drijft iemand specifiek hiertoe? Is het verzamelen van reeksen niet verzamelen in het kwadraat? Wordt de psychologische behoefte aan een hogere orde hier nog duidelijker zichtbaar? Een reeks of serie leent zich bij uitstek voor een gevoel van afronding, compleetheid, heelheid zelfs – mogelijk als contragewicht voor de niet vatten chaotische wereld om ons heen. Een diepe grond van verzamelen wordt, denk ik (maar ik ben geen psycholoog), gevormd door de behoefte om de wereld om je heen beheersbaar en hanteerbaar te maken, orde te scheppen. Een verzameling is an sich al meer dan de optelsom van de losse stukken – bij reeksen treedt dat nog sterker naar voren.

Slimme uitgevers weten dat. Geen pijnlijker aanblik dan een genummerde reeks, waaraan één deel ontbreekt – we naderen compleetheid, perfectie, maar nét dat laatste ontbreekt, dat moet verworven worden. Geen schonere aanblik dan een reeks mooi uitgegeven boeken.

Voor veel mensen die ik ken zijn dat bijvoorbeeld de boeken uit de zogenaamde Privé Domein reeks van De Arbeiderspers, waarin met name (auto)biografische teksten en brieven van schrijvers, dichters, filosofen en kunstenaars zijn te vinden. Zelf weersta ik deze verleiding enigszins. Wat daarbij helpt is, dat het (1) geen gebonden boeken zijn, (2) de ruggen soms wel erg gauw vergelen en (3) ik in het algemeen niet veel opheb met ego-documenten. Tegen dit laatste principe zondig ik overigens regelmatig, zeker als het gaat om Canetti, of Ter Braak en Du Perron.

Voor mij gaat het om series als de Baskerville Serie en de Grote Bellettrie Serie van uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep, de reeks Ambo-Klassiek, en natuurlijk de Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot. Van deze laatste uitgeverij zijn ook de Verzamelde Werken van o.a. Menno ter Braak, E. du Perron, hun onderlinge briefwisseling en de negendelige, grijze Brieven van Du Perron, die nog niet zo lang geleden verramsjt zijn.

Enigszins strijdig met mijn voorkeur voor de bonte mengeling des levens en van een veelzijdige boekenwand is dat ik uniformiteit van de Baskerville Serie en Ambo-Klassiek het allermooist vindt. De eenvormigheid straalt een zekere rust uit en past bij het klassieke karakter van de teksten.

Dat neemt niet weg dat het tegelijkertijd boeiend is om te zien waar de soms kleine verschillen zitten, zoals de afwijkende kleur van de belettering op voorkant en rug bij de Baskerville Serie: meestal rood/roodbruin, maar groen voor vertalingen van middeleeuwse Latijnse teksten (bijvoorbeeld de Geschiedenis van de Langobarden van Paulus Diaconus en De zeereis van de heilige Brendaan). Of de enkele delen uit de Ambo-Klassiek reeks die, in plaats van het standaard rode omslag, een donkergroen omslag kennen (de bloemlezingen Latijnse en Italiaanse poëzie, de brieven van Winckelmann en het bibliografische werk De oudheid in het Nederlands), dan wel – vanwege de gezamenlijke productie met de Vlaamse uitgeverij Pelckmans – de twee delen Euripides in afwijkende kleuren.

Ergerlijke afwijkingen bestaan er ook: zo heeft uitgeverij Van Oorschot de neiging de Russische Bibliotheek af en toe behoorlijk te wijzigen. Niet alleen worden vertalingen herzien en door andere vertalers gerealiseerd, maar ook de lay-out verandert soms net iets te veel, of de namen van de schrijvers worden gewijzigd, met alle gevolgen voor de eenvormigheid van boekrug en voorplat: de traditionele weergave van de v/f klank door “w” is bij nieuwe drukken consequent gewijzigd in “v”. Toergenjew wordt Toergenjev, Dostojewski wordt Dostojevski, etc.

Veel ernstiger is, dat de nieuwe delen niet meer passen tussen de oude. Zo bestrijken de verhalen van Tsjechow deel 5 (uitgave uit 1978) de jaren 1896-1903 plus een aanvulling d.m.v. een representatieve keuze uit diens jeugdwerk (1880-1887). De “compleet nieuwe vertaling” bevat de verhalen uit de periode 1894-1903 (buikbandje zegt: 1895, het binnenwerk zegt abusievelijk 1884!). Oude en nieuwe drukken zijn dus niet meer te combineren – toch jammer voor die jonge verzamelaar die nog niet alles compleet heeft. Feitelijk moet je dus oud én nieuw voor een aantal schrijvers bij elkaar hebben om “compleet” te zijn.

Natuurlijk ben ik niet de enige met deze merkwaardige afwijking. In het boekje met 25 jaar Baskerville Serie, samengesteld door Mark Pieters, schreef Kees Fens in het voorwoord uitgebreid over de liefde voor uniforme reeksen. Een oude bibliotheek, zo stelt hij, straalt eenvoudige en ideale eenheid uit, in tegenstelling tot de huidige versnipperde staat van de wereldliteratuur.

Gelukkig zijn er de reeksen, series en verzamelde werken die nog het geluk van de gelijkheid geven. Hoe mooi zijn een paar planken met Pléiades, hoe fraai is een kleine kast met alle dundrukedities door Geert van Oorschot en Helmut Salden samen uitgegeven.

Ook Johan Polak, de grondlegger van uitgeverij Athenaeum-Polak, hield van reeksen, bij voorkeur met de klassiekers uit de wereldliteratuur (voornamelijk Europese literatuur). Fens vervolgt:

De mooiste is nu de Baskerville Serie. Als alles wat groot is, is hij langzaam naar zijn staat van volkomenheid gegroeid. Hij vormt een zeer fraaie reeks in mijn boekenkast. Hij staat helemaal links, aan het begin, en terecht, want met de klassieken begint onze literatuur en zij zullen altijd, in dat fascinerende web dat de westerse literatuur is, plotseling zichtbaar worden.

Daar kan ik alleen maar mee instemmen. Zelf hou ik heel erg van de reeks Ambo-Klassiek, die in een aantal opzichten sterk lijkt op de Baskerville Serie: zwartlinnen band, gouden rugbelettering, letter A, rustige typografie. Alleen het stofomslag is qua kleurstelling ongeveer omgekeerd: rood met witte letters. Genoemd boekje over de Baskerville Serie gaat ook in op het samenwerkingsverband (en het einde daarvan) eind jaren ’80 tussen de uitgeverijen Ambo en Athenaeum-Polak, waardoor sommige titels, zoals De goddelijke komedie van Dante (in de vertaling van Frans van Dooren) en De stad Gods van Aurelius Augustinus (in de vertaling van Gerard Wijdeveld) in beide reeksen is te vinden.

Sinds enige jaren is er de Perpetua reeks, nog mede opgezet door Kees Fens (†2008), die ook behoorlijk mooi is, waarin Athenaeum-Polak wederom een groot aandeel heeft. Omdat je niet alles kunt verzamelen, heb ik nog weerstand kunnen bieden in het systematisch aankopen van elk nieuw verschenen deel: ik houd iets minder van de moderne lay-out (en de diverse kleurstellingen en diktes). Bovendien zijn veel van de vertalingen eerder verschenen in de reeksen die ik al verzamel of in de Gouden Reeks, waarvan ik ook enkele delen heb. Merkwaardig genoeg heeft in de Gouden Reeks een enkel deel de aanduiding Grote Bellettrie meegekregen – wat enigszins verwarrend is.

Komt er ooit een einde aan deze vorm van verzamelen? Een moeilijke vraag als je nog lang niet alle delen hebt, als van sommige reeksen nog steeds nieuwe delen verschijnen, als je ook nog wel eens een “gewoon” boek wilt kopen buiten deze reeksen om. Budget en tijd zijn je handicaps. Maar stel dat je alle gewenste series compleet hebt, ben je dan “klaar” als verzamelaar? Of zelfs maar als verzamelaar van reeksen? Staan niet nieuwe series en Verzamelde Werken te lonken? Wanneer komt het volgende deel in die oranje editie van Erasmus’ werken uit? Zou je niet ook diens prachtig uitgegeven brieven willen hebben? En Aristoteles in Nederlandse vertaling van de Historische Uitgeverij? De werken van Immanuel Kant in die eveneens wonderschone editie bij uitgeverij Boom? Die laatste uitgeverij timmert overigens ook goed aan de weg met het opbouwen van een reeks klassiekers uit de westerse filosofie.

Hoe moet dat verder met zo’n veelvraat als deze verzamelaar?

Geplaatst in Niet gecategoriseerd