De sonnetten van August von Platen zijn op aangename wijze klassiek: soepel, elegant, waardoor elke regel een statement in zich bergt dat op een bepaalde manier als “onweerlegbaar” kan gelden. In de vertaling van Paul Claes blijft dat gevoelen grotendeels overeind – en voor de rijmwoorden is het prettig dat Duits en Nederlands relatief verwant zijn.
