Deutsche Literaturgeschichte

Voor oudere literatuurgeschiedenissen heb ik een zwak, zeker als ze van vóór 1940 zijn. Zo heb ik het uit 7 delen bestaande hoofdwerk van G. Kalff en de beroemde (in de loop van decennia verschenen 7 van de geplande 9) in leer gebonden delen onder redactie van F. Baur. Een Duitse literatuurgeschiedenis van dit kaliber had ik nog niet.

Deze literatuurgeschiedenis is verschenen in 2 prachtig versierde, degelijke Duitse banden, de inhoud is grotendeels in Fraktur (“gotisch schrift”) gedrukt.

Lees verder

’t Schijnt eer een schouwburg

De dichter A.J. de Bull is niet erg bekend, zijn gedichten zijn ook niet van dermate aard dat we hier een meesterwerk hebben opgediept. Ook is de uitgave niet heel onvindbaar en de meeste exemplaren worden voor een kleine prijs aangeboden. Toch ging ook dit boek mee naar huis.

Aangetrokken door de fraaie vormgeving met de versierde band op een manier die typerend is voor eind 19e / begin 20e eeuw, nam ik het boek in de hand. Niet per se de beste poëzie uit de negentiende eeuw.

Lees verder

Over Jan Engelman (2)

In 1996 studeerde ik af aan de Radboud Universiteit, die toen nog Katholieke Universiteit Nijmegen heette. Mijn afstudeerscriptie ging over de bekendste onbekende katholieke dichter uit het interbellum, Jan Engelman (1900-1972). In een vorige aflevering behandelde ik het ontluiken van dit boeiende dichterschap, van zijn bijdragen aan tijdschrift De Gemeenschap (1925) tot en met de fraaie bundel Sine Nomine (1930). In onderstaande ga ik in op Engelmans belangrijkste dichtbundel, die bovendien een interessante drukgeschiedenis kent en waarbij ook voor bibliofielen pur sang wat te beleven valt: Tuin van Eros.

Tuin van Eros (1932), band met tekening van Henk Wiegersma

Context

De eerste druk van Tuin van Eros (1932) verschijnt in een periode dat Engelman buiten De Gemeenschap staat. Behalve dat hij sinds 1930 geen redac­teur meer is, draagt hij ook niets meer bij aan het tijd­schrift dat hij ooit samen met Kuitenbrouwer en Kuyle, nu zijn vijanden, op­richt­te. Binnen de groep van De Gemeenschap zijn zelfs steeds meer negatieve geluiden in de richting van Engelman te horen, bij­voor­beeld van Albert Kuyle en Henk Kuiten­brouwer. Zo publiceert Kuyle in 1932 in het tijdschrift zelf een fel polemisch stuk, waarin hij ontkent dat Engelman in de voorbije periode ook maar van enige positieve waarde voor de katholieke literatuur is geweest. Alleen Anton van Duinkerken neemt het voor Engelman op.

Lees verder

Over Jan Engelman (1)

In 1996 studeerde ik af aan de Radboud Universiteit, die toen nog Katholieke Universiteit Nijmegen heette. Mijn afstudeerscriptie ging over de bekendste onbekende katholieke dichter uit het interbellum, Jan Engelman (1900-1972). Eén ding kreeg ik al gauw in de gaten: het verzamelen van Engelman was niet alleen leuk om je studie-object zo compleet mogelijk in huis te hebben, maar ook op het gebied van drukgeschiedenis, typografie en boekverzorging valt er aan Engelmans werk veel te beleven. In een aantal afleveringen laat ik de dichtbundels van 1927-1940 de revue passeren. Hieronder de eerste aflevering: over het debuut uit 1927 en de wonderlijk mooie bundel Sine Nomine (1930).

1927: het debuut

Jan Engelman kwam voort uit de groep die men wel is gaan aanduiden als de jong-katholieken, die aanvankelijk deels rondom het tijdschrift Roeping waren georganiseerd (zoals iedereen zich organiseerde naar gezindte in het verzuilde Nederland). Ontevreden jonge katholieke schrijvers keerden zich tegen de tendens in Roeping om kunst en literatuur eenzijdig ethisch-religieus te benaderen: schoonheid is dat wat tot God leidt en de kunstenaar moet in zijn kunst vooral zijn geloof belijden.

Engelman heeft in Roeping ook enkele gedichten gepubliceerd, maar al spoedig, in 1925, richtte hij samen met enkele andere ‘jongeren’ een nieuw tijdschrift op, De Gemeenschap. In het tijdschrift publiceerde Engelman weer gedichten, maar ook beschouwingen over literatuur en kunst.

In 1927 bundelde Engelman een aantal van zijn eerste gedichten in Het Roosvenster.

Jan Engelman, Het roosvenster. Stenfert Kroese & Van Der Zande, Arnhem, 1927. 1e druk – paperback, 15p. – gedrukt bij drukkerij Boosten & Stols, crème papieren omslag, rood uitgeversembleem.

Het is een dun bundeltje en geeft een heel ander beeld dan we bij Engelman hebben: de gedichten zijn langer dan zijn latere, meer lyrische poëzie en vertonen behoorlijk lange regels, zoals in het gedicht “De geboorte”.

Lees verder

Franse & Engelse banden

Enkele Franse en Engelse oude bandjes in de kast, waaronder een handgeschreven dictaat over commercieel recht, uit ca. 1870.

Van links naar rechts:

Caumont, M.A. de, Abécédaire ou Rudiment d’Archéologie: Architecture Religieuse. Ouvrage approuvé par l’Institut des provinces de France pour l’enseignement de cette science dans les Séminaires & les Maisons d’éducation des deux sexes. F. Le Blanc-Hardel, Caen, 1870. 5e druk – gebonden, 800p.

Pélerin, Adriaan L., Essais historiques et critiques sur le département de la Meuse-Inferieure, en general, et la ville de Maestricht, chef-lieu, en particulier. Francois Cavelier, Maastricht, 1803. 1e druk – gebonden, XI+377p.

Gautier, Théophile, Fortunio. Édition illustrée de dix-huit compositions de Paul-Émile Bécat. George Briffaut, Paris, 1934. gebonden, 212p.

Greville, Charles C.F., The Greville Memoirs. A journal of the reigns of king George IV and king William IV, edited by Henry Reeve [3 volumes]. Longmans, Green and Co., London, 1874. 2e druk – gebonden, 424+384+432p.

Fontaine, Jean de la, Oeuvres complètes – Fables [2 tômes]. Précédées d’une nouvelle notice sur sa vie. Chez Lefèvre, Paris, 1818. gebonden, XCI+242+320p.

Taine, H., Philosophie de l’art [2 tômes]. Hachette, Paris, 1901. 9e druk – gebonden, 292+360p.

Daudet, Alphonse, Tartarin sur les Alpes. Nouveaux exploits du heros Tarasconnais. Illustré par Rossi, Aranda, Myrbach, De Beaumont. C. Marpon & E. Flammarion, Paris, 1886. 1e druk – gebonden, 365p. – [Collection Artistique Guillaume Frères].

Théophile Gautier – Fortunio

Op een boekenmarkt stuitte ik onlangs weer op een heel aardig boek. De titel zei me niets, maar de naam van de schrijver was me wel bekend. Mijn interesse werd gewekt door de fraaie Franse band en de goede staat ervan. Daarnaast bevat het boek een aantal interessante erotische prenten.

Het blijkt een uitgave te zijn uit 1934 – dat staat nergens voorin vermeld, maar achteraan kunnen we lezen: “Achevé d’imprimer le quinze mai mil neuf cent trente-quatre”.

Théophile Gautier (1811-1872) was een kleurrijke schrijver en dichter uit de tijd van de Franse Romantiek en de Parnassiens, voorvechter van het l’art pour l’art principe (later in Nederland zo hartstochtelijk beleden door de Beweging van Tachtig). Het meest bekend is Gautier vanwege zijn poëzie, maar hij publiceerde ook romans en journalistiek werk. Een van die romans verscheen in 1838, getiteld Fortunio. Deze roman was eerder, in 1837, verschenen als vervolgverhaal in Le Figaro onder de titel L’Eldorado.

Lees verder

The Greville Memoirs (1874)

Behalve die zeldzaam mooie, Franstalige geschiedenis van Maastricht vond ik bij Van Piere voorheen Polare voorheen De Slegte (samen met Selexyz voorheen Van Piere) te Eindhoven ook drie deeltjes met “herinneringen” uit de 19de eeuw aan een tweetal koningen uit het Engelse koningshuis.

Deze serie is later uitgebreid naar in totaal 8 volumes, waarin ook de lange regeerperiode van koningin Victoria aan de orde komt. Charles Greville was van adellijke komaf en verkeerde in de Engelse high society. Hij had niet echt een politiek functie maar diende lange tijd onder de Engelse koning(in). Zijn dagboeken of journalen geven soms dan ook een mooi inkijkje in het hofleven. Bij zijn dood in 1865 liet hij deze dagboeken na aan een vriend, Henry Reeve, die overeenkomstig de wens van de auteur, tien jaar wachtte met publicatie ervan. Zijn aantekeningen vanuit eigen, privaat perspectief bieden volop materiaal voor de geschiedenis van de 19de eeuw.

Het driedelig setje, dat helaas geen illustraties bevat, is nog bijzonder mooi, al bevatten sommige pagina’s de bekende “roestvlekken”.

Besproken boeken

Charles C.F. Greville; The Greville Memoirs: A journal of the reigns of king George IV and king William IV, edited by Henry Reeve [3 volumes]. London: Longmans, Green and Co., 1874, 2e druk. Gebonden. 424+384+432p.

De kleurrijke Voltaire

Een aantal van de werken van Voltaire is de afgelopen jaren in vertaling verschenen bij uitgeverij Van Gennep in kleurrijke omslagen. Jammer genoeg is niet elk deel ingebonden. Het lezen van de paperbacks moet je heel voorzichtig doen om de leesvouwen, die de rug zo’n craquelé aanblik verschaffen, te voorkomen.

Onlangs kwamen deze delen in de ramsj, gelegenheid om ze meteen allemaal aan te schaffen.

Besproken boeken

Voltaire, Briefwisseling met Catharina de Grote 1763-1778. Vertaald uit het Frans door J.M. Vermeer-Pardoen, Van Gennep, Amsterdam, 2010. 1e druk – gebonden, 381p.

Voltaire, Briefwisseling met Frederik de Grote 1736-1778. Vertaald uit het Frans door J.M. Vermeer-Pardoen, Van Gennep, Amsterdam, 2007. 1e druk – gebonden, 1021p.

Voltaire, De onwetende wijsgeer. Een keuze uit het mengelwerk. Vertaald uit het Frans door J.M. Vermeer-Pardoen, Van Gennep, Amsterdam, 2008. 1e druk – gebonden, 475p.

Voltaire, Filosofische vertellingen. Vertaald uit het Frans door J.M. Vermeer-Pardoen, Van Gennep, Amsterdam, 2007. 2e druk – paperback, 701p.

Voltaire, Filosofisch woordenboek – of De Rede op alfabet. Vertaald uit het Frans door J.M. Vermeer-Pardoen, Van Gennep, Amsterdam, 2007. 3e druk – paperback, 597p.