Fabels van Jean de la Fontaine

We vertellen elkaar graag fabeltjes, maar niemand kon dat waarschijnlijk zo goed als Jean de la Fontaine. Tijdens een van onze gebruikelijke schatgraverstochten stuitten wij op een fraaie Franse uitgave uit 1818.

Illustraties

Het boek is voorzien van prachtige gravures. Blader door enkele afbeeldingen hieronder via de pijltjes:

Besproken boek

Fontaine, Jean de la, Oeuvres complètes – Fables [2 tômes]. Précédées d’une nouvelle notice sur sa vie. Chez Lefèvre, Paris, 1818. Gebonden, XCI+242+320p.

’t Schijnt eer een schouwburg (A.J. de Bull)

De dichter A.J. de Bull is niet erg bekend, zijn gedichten zijn ook niet van dermate aard dat we hier een meesterwerk hebben opgediept. Ook is de uitgave niet heel onvindbaar en de meeste exemplaren worden voor een kleine prijs aangeboden. Toch ging ook dit boek mee naar huis.

Aangetrokken door de fraaie vormgeving met de versierde band op een manier die typerend is voor eind 19e / begin 20e eeuw, nam ik het boek in de hand. Niet per se de beste poëzie uit de negentiende eeuw.

Lees verder

Tweemaal Vondel compleet

Achteraf besef ik dat ik met het onderwijs dat ik kreeg (aan het Maastrichtse Henric van Veldekecollege) erg bevoorrecht was, specifiek waar het gaat om letterkunde en nog specifieker waar het gaat om Nederlandse letterkunde (al was de beroemde Fernand Lodewick al met pensioen). In de laatste drie jaren van het vwo had ik voor Nederlands achtereenvolgens de docenten C., D. en F. Zij loodsten ons uitgebreid door de literatuurgeschiedenis der Nederlanden en deden dat vrij grondig met ondersteuning van veel tekstvoorbeelden.

C. behandelde in het 4e leerjaar de middeleeuwen, D. in het 5e leerjaar de nieuwere letterkunde tot aan de Romantiek, en F. in het 6e leerjaar de literatuur vanaf de Romantiek (met veel nadruk op de Tachtigers). Ik kan me nog herinneren, dat D. op een maandagochtend zei: “Als ik één of twee van jullie duurzaam kan interesseren voor literatuur, dan is mijn missie geslaagd.” Als 16-jarige wist ik op dat moment al: daar ben ik er één van. Tijdens datzelfde jaar behandelden we met name “de Renaissance”, van Jan van der Noot en met Jan Luyken, van de familie Roemer Visscher tot en met Jacob Cats. Wij wisten, of konden weten, naar welke schrijver het Barlaeusgymnasium vernoemd was, wie La Défense et illustration de la langue française had geschreven, wat het belang was van de Twe-spraack vande Nederduitsche letterkunst, wat petrarkisme was en hoe de Franse Pléiade-groep invloed had op onze letterkunde.

Lees verder

The Greville Memoirs (1874)

Behalve die zeldzaam mooie, Franstalige geschiedenis van Maastricht vond ik bij Van Piere voorheen Polare voorheen De Slegte (samen met Selexyz voorheen Van Piere) te Eindhoven ook drie deeltjes met “herinneringen” uit de 19de eeuw aan een tweetal koningen uit het Engelse koningshuis.

Deze serie is later uitgebreid naar in totaal 8 volumes, waarin ook de lange regeerperiode van koningin Victoria aan de orde komt. Charles Greville was van adellijke komaf en verkeerde in de Engelse high society. Hij had niet echt een politiek functie maar diende lange tijd onder de Engelse koning(in). Zijn dagboeken of journalen geven soms dan ook een mooi inkijkje in het hofleven. Bij zijn dood in 1865 liet hij deze dagboeken na aan een vriend, Henry Reeve, die overeenkomstig de wens van de auteur, tien jaar wachtte met publicatie ervan. Zijn aantekeningen vanuit eigen, privaat perspectief bieden volop materiaal voor de geschiedenis van de 19de eeuw.

Het driedelig setje, dat helaas geen illustraties bevat, is nog bijzonder mooi, al bevatten sommige pagina’s de bekende “roestvlekken”.

Besproken boeken

Charles C.F. Greville; The Greville Memoirs: A journal of the reigns of king George IV and king William IV, edited by Henry Reeve [3 volumes]. London: Longmans, Green and Co., 1874, 2e druk. Gebonden. 424+384+432p.