Maastricht, St. Pieter – het huis

De charmante indeling van het huis, met kleine (wél hoge) kamers en woonkamers en suite, bracht wel een uitdaging met zich mee: niet meer één grote ruimte, niet meer die lange rechte muren, maar nissen, scheeflopende muren en ongelijke (deels houten) vloeren. Geen souterrain maar ouderwets vochtige kelder. Dat werd dus passen en meten door het gehele huis (en kastdelen bijkopen). De boeken werden uiteindelijk verdeeld over 3 ruimtes op de begane grond (voorkamer, achterkamer en serre), een nis in de overloop op de eerste etage en nog een laag kastje op een zolderkamertje. Kortom: een huis vol boeken.

Voorkamer: proza en oudere drukken

Achterkamer: de kern

De belangrijkste ruimte is de achterkamer, waar aan de noordelijke wand de series met klassiekers (zoals de Russische Bibliotheek, Ambo Klassiek, Baskerville Serie en de Grote Bellettrie Serie), verzamelde werken van geliefde auteurs (Multatuli, Couperus) en de wat mooiere uitgaven bij elkaar staan. Het lijkt alsof ik op kleur sorteer, maar dat komt louter doordat veel reeksen nu eenmaal een bepaalde eenheid in de vormgeving hebben.

Lange wand: Geschiedenis & Literatuur

Aan de zuidelijke wand, de enige plek waar we echt een aantal kasten aan elkaar kunnen schakelen (de rest van het huis heeft veel nissen en uitsteeksels), staan vijf kasten met achtereenvolgens geschiedenis (2, op periode), vertaalde literatuur (2, op alfabet) en poëzie (1, op alfabet). De systematiek (periodes of alfabet) worden wel doorbroken door boeken in groter formaat: die staan bij elkaar, anders wordt de beschikbare ruimte suboptimaal gebruikt.

De extra hoge plafonds bieden de mogelijkheid om de hoogte in te gaan, en zo hebben we met enig maatwerk het aantal boekenplanken per kast kunnen verhogen van 7 tot 10.

Serre: taal- en letterkunde

Helemaal achteraan in het huis is nog een serre, waarin de thuiswerkplek gevestigd is. Rijk aan licht is het goed voor de mens, maar iets minder voor de boeken (gevaar van verkleuring). De mooie en speciale uitgaven zet ik hier zo min mogelijk.

Bijna alle “secundaire” literatuur of letterkunde (d.w.z. de boeken over: boeken, schrijvers, stromingen etc.) staat in de serre, aan de zuidwand: eerst de algemene naslagwerken, theoretische werken, literatuurgeschiedenissen, dan studies per periode en stroming (b.v. de Tachtigers) of aspect (literaire tijdschriften), en dan – in de rechterkast de monografieën over schrijvers en hun werk (min of meer alfabetisch). De linker kast aan de zuidwand bevat de taalkundige studies en nog een restje filosofie.